Opmerking over de aarding na je keuring? Zo pak je dat veilig aan

Staat er na je elektrische keuring een opmerking over de aarding op het verslag? Dan moet je dat ernstig nemen. De aarding is een basisbeveiliging van je elektrische installatie: ze helpt foutstromen veilig af te voeren en werkt samen met de differentieelschakelaars. Je kan sommige zichtbare zaken zelf nakijken, maar de echte aardingsweerstand correct meten doe je niet betrouwbaar met een gewone multimeter. Daarvoor is geschikt meetmateriaal en vakkennis nodig.

Voor eigenaars, verhuurders en renovatieprojecten is de vraag meestal heel concreet: wat is er mis, hoe wordt dat gecontroleerd en wat moet er aangepast worden om bij een herkeuring in orde te zijn? Hieronder vind je een praktische uitleg zonder overbodige theorie.

Waarom aarding zo vaak terugkomt op een keuringsverslag

Bij oudere woningen, renovaties en installaties die jarenlang zijn aangepast, is de aarding vaak een zwak punt. Soms ontbreekt een duidelijke aardingsonderbreker, is de verbinding naar de aardingspen of aardingslus onduidelijk, of zijn stopcontacten niet correct aangesloten op de beschermingsgeleider.

Een keurder kijkt niet alleen of er ergens een geel-groene draad aanwezig is. De installatie moet aantoonbaar veilig opgebouwd zijn. Dat betekent onder meer dat de aardingsverbinding continu moet zijn, dat metalen delen die geaard moeten worden correct verbonden zijn en dat de aardingsweerstand binnen aanvaardbare grenzen valt.

Veel voorkomende opmerkingen zijn bijvoorbeeld:

  • de aardingsweerstand is te hoog;
  • de aardingsonderbreker ontbreekt of is niet goed bereikbaar;
  • niet alle stopcontacten hebben een correcte aarding;
  • de aardingsgeleider is onderbroken of fout aangesloten;
  • de zekeringkast is verouderd of niet overzichtelijk opgebouwd;
  • equipotentiale verbindingen ontbreken of zijn onduidelijk.

Gaat de opmerking specifiek over de aarding, dan is het verstandig om de aarding te laten nakijken vóór je opnieuw laat keuren. Zo vermijd je dat enkel het zichtbare probleem wordt opgelost terwijl de oorzaak blijft bestaan.

Kan je de aarding meten met een multimeter?

Een multimeter kan nuttig zijn om bepaalde signalen te controleren, maar hij is niet geschikt om de aardingsweerstand van een woning correct te bepalen. Met een multimeter kan je bijvoorbeeld spanning meten tussen fase, nul en aarde, of nagaan of er ergens een onderbreking vermoed wordt. Maar dat is niet hetzelfde als een officiële of betrouwbare meting van de aardingsweerstand.

De zoekvraag “hoe aarding meten met multimeter” komt vaak voor omdat veel mensen snel willen weten of hun installatie in orde is. Het probleem is dat een multimeter je hoogstens een indicatie geeft. Hij vertelt niet of de aardingspen, aardingslus of volledige aardingsinstallatie voldoende lage weerstand heeft om veilig te functioneren.

Wat een multimeter wel kan tonen

Met de nodige voorzichtigheid kan een multimeter afwijkingen zichtbaar maken. Denk aan een stopcontact waarbij je geen logisch spanningsverschil meet tussen fase en aarde, of een situatie waarbij er spanning lijkt te staan op de aardingsgeleider. Zulke resultaten kunnen wijzen op een fout, maar ze zeggen niet exact waar het probleem zit.

Als je niet zeker bent wat je meet, stop dan met testen. Metingen aan een elektrische installatie zijn niet zonder risico, zeker wanneer er een fout in de aarding of zekeringkast aanwezig is.

Waarom een echte aardingsmeting anders werkt

Om de aardingsweerstand te meten, wordt specifiek meetmateriaal gebruikt. Daarbij wordt nagegaan hoe goed de aardverbinding foutstroom kan afvoeren naar de aarde. Dat is iets anders dan gewoon “weerstand doormeten” met twee meetpennen aan een draad.

Bij een correcte controle wordt ook rekening gehouden met de opbouw van de installatie: is er een aardingspen of aardingslus, waar zit de aardingsonderbreker, hoe loopt de aardingsgeleider naar de zekeringkast en zijn de verbindingen degelijk uitgevoerd?

Hoeveel ohm mag de aarding hebben?

Voor woningen wordt vaak 30 ohm als belangrijke richtwaarde gebruikt voor de aardingsweerstand. Ligt de gemeten waarde hoger, dan kan dat aanleiding geven tot opmerkingen of bijkomende maatregelen. De juiste beoordeling hangt af van de installatie, de beveiligingen en wat er precies op het keuringsverslag staat.

Het is dus niet verstandig om enkel op één getal te focussen. Een lage weerstand is belangrijk, maar de volledige beveiliging moet kloppen. Een installatie met een goede aardingswaarde kan nog altijd afgekeurd worden als verbindingen ontbreken, stopcontacten fout zijn aangesloten of de differentieelschakelaars niet correct geplaatst zijn.

Omgekeerd kan een te hoge aardingsweerstand verschillende oorzaken hebben. De aardingspen kan onvoldoende contact maken met de bodem, de verbinding kan slecht of beschadigd zijn, of de bestaande aarding is simpelweg niet aangepast aan de huidige installatie.

Wat je zelf kan controleren na een opmerking over aarding

Je hoeft niet alles zelf te meten om toch voorbereid te zijn. Met een eenvoudige visuele controle kan je al veel nuttige informatie verzamelen voor de elektricien of voor de herstelling.

  • Lees het keuringsverslag aandachtig. Kijk of de opmerking gaat over de aardingsweerstand, de continuïteit, de aardingsonderbreker, stopcontacten of de algemene opbouw.
  • Zoek de aardingsonderbreker. Die moet bereikbaar en herkenbaar zijn. Vaak zit die in de buurt van de zekeringkast of waar de aardingsgeleider binnenkomt.
  • Controleer zichtbare geel-groene geleiders. Loshangende, beschadigde of onduidelijke verbindingen zijn een duidelijk signaal dat verdere controle nodig is.
  • Bekijk stopcontacten in oudere ruimtes. In renovatiewoningen zijn sommige stopcontacten vernieuwd terwijl de achterliggende bekabeling niet volledig werd aangepast.
  • Noteer eerdere renovaties. Nieuwe keuken, badkamer, bijbouw of opgesplitste circuits kunnen invloed hebben op de aardingsverbindingen.

Deze checks vervangen geen meting, maar ze helpen wel om de oorzaak gerichter te vinden. Zeker bij renovaties is het nuttig om niet alleen het afgekeurde punt te bekijken, maar de volledige installatie in kaart te brengen.

Aardingspen, aardingslus of aansluiting: waar kan het fout lopen?

De aarding van een woning kan op verschillende manieren zijn opgebouwd. Bij nieuwere of grondig vernieuwde installaties is er vaak een aardingslus voorzien. Bij bestaande woningen wordt soms gewerkt met een aardingspen. Welke oplossing aanwezig is, hangt af van de woning, de leeftijd van de installatie en eerdere werken.

Problemen ontstaan meestal niet door één zichtbaar onderdeel, maar door de combinatie van verbindingen. Een aardingspen kan geplaatst zijn, maar slecht aangesloten. Een aardingslus kan aanwezig zijn, maar niet correct verbonden met de aardingsonderbreker. Of de verbinding naar de zekeringkast is niet duidelijk of niet degelijk uitgevoerd.

Een aardingspen plaatsen is geen losse ingreep

Wanneer de aardingsweerstand te hoog is, denken veel mensen meteen aan een extra aardingspen plaatsen. Dat kan in sommige situaties een oplossing zijn, maar het moet juist gebeuren en daarna opnieuw gemeten worden. Zonder meting weet je niet of de ingreep voldoende effect heeft.

Ook de verbinding tussen aardingspen, aardingsonderbreker en zekeringkast moet correct uitgevoerd zijn. Een extra pen plaatsen zonder de rest van de installatie te controleren, lost niet noodzakelijk het keuringsprobleem op.

Een aardingslus aansluiten vraagt duidelijke controle

Bij een aardingslus is vooral de aansluiting belangrijk. De lus moet correct gekoppeld zijn aan de aardingsonderbreker en aan de beschermingsgeleiders van de installatie. Bij renovaties is het soms onduidelijk wat oorspronkelijk voorzien werd en welke aanpassingen later zijn gebeurd.

Daarom is een controle na renovatiewerken belangrijk. Niet alleen om de keuring te halen, maar ook om te vermijden dat nieuwe kringen op een oude of onvolledige aardingsstructuur worden aangesloten.

Wat als er stroom op de aarding lijkt te staan?

Als je spanning meet of vermoedt op de aardingsgeleider, is voorzichtigheid nodig. Dat kan wijzen op een fout in een toestel, een slechte verbinding, een probleem in de bekabeling of een foutieve aansluiting. Trek hier niet te snel conclusies uit op basis van één meting met een multimeter.

Schakel verdachte toestellen niet zomaar opnieuw in en laat de installatie nakijken. Zeker wanneer differentieelschakelaars uitvallen, metalen onderdelen tintelen of stopcontacten vreemd reageren, is verder gebruik zonder controle geen goed idee.

Een veilige installatie voert foutstromen gecontroleerd af en schakelt uit wanneer dat nodig is. Als de aarding zelf deel van het probleem lijkt te zijn, moet de oorzaak eerst duidelijk zijn voor er hersteld wordt.

Ook de zekeringkast speelt mee bij opmerkingen over aarding

Aarding wordt vaak apart vermeld, maar de zekeringkast bepaalt mee of de installatie veilig en keuringsklaar is. De differentieelschakelaars, automaten, bedrading en verdeling moeten logisch en correct opgebouwd zijn. Een fout in de kast kan ervoor zorgen dat een aardingsprobleem niet goed wordt opgemerkt of dat beveiligingen niet werken zoals verwacht.

Bij oudere installaties komen opmerkingen over aarding daarom geregeld samen voor met opmerkingen over verouderde componenten, ontbrekende differentieelschakelaars of een onduidelijke opbouw. In dat geval is een controle van de zekeringkast even belangrijk als de meting van de aardingsweerstand.

Voor verhuurders en eigenaars die een woning willen verkopen, verhuren of renoveren, is het meestal efficiënter om alle opmerkingen samen te bekijken. Zo vermijd je dat één herstelling later opnieuw opengebroken moet worden omdat een ander deel van de installatie nog niet in orde is.

Aarding controleren bij renovatie of herkeuring

Bij renovatieprojecten is het slim om de aarding vroeg te controleren. Wachten tot vlak voor de keuring kan tot vertraging leiden, zeker wanneer er bijkomende werken nodig zijn aan de aardingspen, aardingslus, bekabeling of zekeringkast.

Een praktische aanpak bestaat uit drie stappen:

  1. Vertrek van het keuringsverslag. Daarin staat welke punten afgekeurd of opgemerkt zijn.
  2. Controleer de volledige samenhang. Bekijk aarding, differentieelschakelaars, stopcontacten, verdeelkast en zichtbare verbindingen niet los van elkaar.
  3. Laat na herstelling opnieuw gericht controleren. Zo weet je of de installatie klaar is voor herkeuring.

Wie meerdere opmerkingen kreeg, bekijkt best het bredere keuringsklaar maken van de installatie. Een opmerking over aarding is soms maar één onderdeel van een groter geheel.

Veelgestelde vragen over aarding meten en controleren

Kan ik zelf mijn aarding meten met een multimeter?

Je kan met een multimeter bepaalde spanningen of onderbrekingen opsporen, maar je kan er de aardingsweerstand van je woning niet betrouwbaar mee meten. Voor een correcte meting is aangepast meetmateriaal nodig. Gebruik een multimeter dus hoogstens als indicatie, niet als bewijs dat je installatie in orde is.

Hoe weet ik of mijn aarding in huis goed is?

Dat weet je pas zeker na een correcte controle van de aardingsweerstand, de aardingsonderbreker, de verbindingen en de beveiligingen in de zekeringkast. Een stopcontact met een aardingspin of aardingscontact is op zichzelf geen garantie dat de aarding correct werkt.

Hoeveel ohm moet de aarding hebben?

Bij woningen wordt doorgaans 30 ohm als belangrijke richtwaarde gehanteerd. Een hogere waarde kan tot opmerkingen of extra maatregelen leiden. De exacte beoordeling hangt af van de volledige installatie en van wat op het keuringsverslag vermeld staat.

Wat betekent een opmerking over aarding op mijn keuringsverslag?

Dat kan verschillende dingen betekenen: een te hoge aardingsweerstand, een ontbrekende of onbereikbare aardingsonderbreker, fout aangesloten stopcontacten of onvoldoende continuïteit van de beschermingsgeleider. Lees de omschrijving op het verslag goed, want die bepaalt welke controle of herstelling nodig is.

Moet ik bij een te hoge aardingsweerstand altijd een nieuwe aardingspen plaatsen?

Niet altijd. Een extra of nieuwe aardingspen kan een oplossing zijn, maar eerst moet duidelijk zijn waarom de waarde te hoog is. Soms ligt het probleem bij een slechte verbinding, beschadigde geleider of foutieve aansluiting. Na elke aanpassing moet opnieuw gemeten worden.

Is aarding in een appartementsgebouw anders dan in een woning?

In een appartementsgebouw kunnen gemeenschappelijke delen, individuele borden en gedeelde aardingsvoorzieningen samen een rol spelen. Daardoor is het belangrijk om duidelijk te weten welk deel bij het privatieve appartement hoort en welk deel gemeenschappelijk is. Bij opmerkingen op een keuring is gerichte controle extra belangrijk.

Een keuringsopmerking over aarding los je best niet half op

Een probleem met de aarding lijkt soms eenvoudig, maar de oorzaak kan op verschillende plaatsen zitten: bij de aardingspen of aardingslus, in de verbinding naar de zekeringkast, aan stopcontacten of in de algemene opbouw van de installatie. Een multimeter kan een aanwijzing geven, maar vervangt geen correcte aardingsmeting.

Wie na een keuring opmerkingen krijgt, vertrekt best van het verslag en laat de installatie als geheel beoordelen. Zo wordt niet alleen de zichtbare fout aangepakt, maar ook de veiligheid en samenhang van de elektrische installatie.